DICHTER IN DE MASSA
DICHTER IN DE MASSA

In 1910 verscheen een roman van de dichter Rainer Maria Rilke, De Aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Dit fictief personage tekent Rilkes eigen observaties en angsten op in een dagboek.
Enkel een bibliotheekkaart onderscheidt Malte Laurids, het romanpersonage, verarmd en als vreemdeling, van het legertje verworpenen in de straat.
Het gevoel dat hij beschrijft is ook vandaag, een eeuw later, nog steeds relevant: dat achter een groeiende massa steeds weer individuen schuilgaan die buiten het systeem vallen.
Grafische romanbewerking van fragmenten uit
“De aantekeningen van Malte Laurids Brigge” van R.M. Rilke
Uitgeverij Atlas, (2010), 184 p.
Rilke is in die eerste jaren van eeuw in Parijs met de opdracht een boek te maken over Auguste Rodin.
De beeldhouwer beïndrukt en overtuigt hem, net als de schilderijen en werkethiek van een andere kunstenaar, Paul Cézanne, dat ‘werken zien’ is.
Rilkes nieuw dichtwerk zal daarom vertrekken van scherpe waarnemingen. Op die manier drukt Parijs hem op het werk en leert hem zien.
“Van de Perres vormentaal sluit intuïtief aan bij de geest van Rilkes proza. (...) Een topprestatie.”
Uit de recensie in De Standaard, 26 november 2010
“...naast de beelden zijn ook de stukken tekst ideaal gekozen. Het zijn de meest indringende passages die Gerolf van de Perre letterlijk heeft overgenomen in zijn beeldroman, en waar hij briljante beelden rond opbouwt.” Lees meer hier
Uit de recensie in Goddeau, 22 november 2010
Mettertijd overstijgt hij de angst dat de dood in de moderne tijd iemand volledig wegvaagt, door zich als dichter als taak te stellen een beeld te maken dat blijft.
Een eigen leven en een eigen dood, zoals hij zich dat herinnert van zijn uitgestorven familie, wordt de massa niet meer gegund, vreest hij.